Enigszins verwaaid sta ik te wachten op de trein. Voor lange afstanden vind ik het doorgaans een heel fijn vervoersmiddel, omdat ik tijdens de reis lekker door kan werken. Hoewel me dat de laatste tijd steeds minder goed lukt.
Want jee, wat komt er veel geluid uit diverse telefoons rollen! Gesprekken die op de speaker gevoerd worden, muziek op hoog volume en geluidsfragmenten die elkaar snel opvolgen vanwege de korte aandachtsspanne van de swiper, die overigens simultaan nog een gesprek voert met nóg zo’n filmpjeskijker wiens vingers even snel over het scherm bewegen.
Mijn (tiener)kinderen vinden me hopeloos ouderwets. “Dit is hoe het gaat, mam!” Nou, het zal wel, maar ondertussen erger ik me kapot!
En tóch zeg ik er zelden wat van.
Razendsnel schieten de overwegingen door mijn hoofd. “Met hoeveel zijn ze en hoe zullen ze reageren als ik er wat van zeg?” “De rest van de coupe zit er redelijk onbewogen bij, ben ik de enige die zich ergert? “Hoe lang denk ik dat ze met me meereizen? Als ze er de volgende halte uit moeten, dan hou ik nog wel even vol.” “Hmmm, daar zit iemand die er volgens mij óók de balen van heeft. Misschien gaat hij er wel wat van zeggen?”
Uiteindelijk kies ik vaak eieren voor mijn geld en zit ik het uit.
Herkenbaar? Zo gaat dat in jouw team vaak ook.
Ook in jouw team ergeren mensen zich aan elkaar en zeggen ze er niks van, zitten ze het uit, hopen ze dat het snel voorbij is of dat een ander het nóg irritanter vindt en er wél wat van zegt.
Dat komt omdat we in een groep altijd razendsnel een afweging maken: gaat het aanspreken mij onderaan de streep iets opleveren of bezorg ik mezelf er een boel gedoe mee?
Een groep is namelijk in de basis prima in staat om zichzelf te reguleren. Elk groepslid weet vaak haarfijn te vertellen naar wiens mening er bijvoorbeeld het meest geluisterd wordt en wie minder serieus genomen wordt. Ze kunnen zonder problemen in kaart brengen hoe de onderlinge lijnen lopen; wie is maatjes met wie, wie zit dicht op de leiding, wie krijgt dingen voor elkaar en wie komt er altijd mee weg als hij zijn eigen koers vaart? En iedereen weet precies bij wie je een potje kan breken en wie je maar beter niet voor de voeten kan lopen.
Als er dus een conflict in de lucht hangt, is het logisch dat elk teamlid zich afvraagt: wat gebeurt er als ik er wat van ga zeggen? Krijg ik steun uit de groep? Of krijg ik gedoe? En is het gedoe dat ik er misschien mee krijg, me dat waard? Als het antwoord op die laatste vraag ‘nee’ is, dan houdt men zijn mond.
Tenzij het teamlid zich gesteund weet door jou als leidinggevende.
Omdat het teamlid weet dat jij ervoor zal zorgen dat er geen gedoe van komt als je elkaar aanspreekt. Omdat jij dáár namelijk de grens trekt. Omdat jij de aansprekende persoon steunt door de (team)afspraken te herhalen indien nodig. Omdat jij ingrijpt als er toch gedoe dreigt. Omdat jij het aanspreken voor je rekening neemt als het teamlid in kwestie dat zelf niet durft.






